Gespecialiseerde timmerfabriek in kozijnen, ramen en deuren
A B C D E
F G H I J K L M N
O P Q R S
T U V W X Y Z
Aanslag
Gedeelte van de stijl en de dorpel, waartegen een deur of draaiend raam
sluit en waarbij, meestal onder een rechte hoek, de sponning aansluit.
De aanslaglijst wordt ook "naald" genoemd.
Afhangen:
Een deur of raam goed haaks afwerken en in de scharnieren hangen.
Afsnuiten
Het verwijderen van de scherpe kanten van houtwerk.
Boeibord:
Opstaande kant van een houten dakgoot
Bovendorpel:
Kozijnrand aan de bovenkant van een deur of raam.
Dagmaat:
De maat van een opening, b.v. van een raam- of deurkozijn.
Deuvel:
Rond houten staafje, dat in twee aan elkaar te verbinden houten elementen in
een rond gaatje wordt gelijmd, waardoor een goede verbinding ontstaat. Voornamelijk
bedoeld om verschuiven te voorkomen.
Dosse gezaagd hout:
Hout dat evenwijdig aan de jaarringen wordt gezaagd.
Dorpel:
1. Drempel. Als er geen drempel kan zijn, bijvoorbeeld vanwege een rolstoel,
pas dan een goot toe voor de voordeur.
2. De horizontale delen van een deur- of raamkozijn, dus zowel het bovenste
als onderste horizontale deel.
Draaikiepraam
Ook: kiepraam. Een raam dat om twee assen kan "draaien". Het draait
verticaal, als een normaal draairaam, en kiept horizontaal als een valraam.
Duivejager:
Profilering aan houten ramen, kozijnen en balklagen, bestaande uit een ingesnoerde
kwartronde overgang tussen twee haaks op elkaar staande vlakken van het hout.
Espagnolet:
Deur- of raamvergrendeling in de vorm van stangen.
Gekantrecht hout:
Hout dat aan vier zijden rechthoekig en parallel is afgezaagd.
Glaslat:
Lat van hout, aluminium of kunststof die op het kozijn wordt bevestigd
voor het vastzetten van ruiten.
Kalf:
Dwarsregel tussen een deur en haar bovenlicht. Ook horizontale regel in kruiskozijn
tussen luikopening onder en glasvlak boven, vroeger glashout geheten.
Kalksponning:
Sponning aan een kozijnstijl ter plaatse van het metselwerk. Deze sponning wordt
met specie gevuld.
Lekdorpel:
Een element dat aan een onderzijde (of aan de bovenzijde) van een buitenkozijn
wordt aangebracht om ervoor te zorgen dat het regenwater buiten het muurvlak
(of het raam) wordt afgevoerd. Bij een deur wordt een lekdorpel weldorpel genoemd.
Meerpuntssluiting:
Anti-inbraakattribuut voor een deur waarbij een soort spanjoletsluiting
ervoor zorgt dat de deur op meer punten sluit dan het ene punt bij het slot.
Meerwerk:
Extra werk voor de aannemer dat van tevoren niet is begroot (bijvoorbeeld extra
stopcontacten of duurdere kranen).
Minderwerk:
Werk dat wel is begroot, maar tijdens de uitvoering komt te vervallen
(bijvoorbeeld één wastafel plaatsen in plaats van twee,
zoals oorspronkelijk bedacht).
Neut:
1 - Kraagstuk, waarop het einde van een balk rust.
2 - Blokje van steen of hout waarop de stijl van een deur of vensterkozijn
rust.
3 - Afdekstukje over de naad tussen weldorpels bij een stolpraam of -deur.
Onderaannemer:
Aannemer die in opdracht van een hoofdaannemer een bepaald onderdeel van
de verbouwing voor zijn rekening neemt, bijvoorbeeld een stukadoor of
schilder.
Ontzet:
Uit het verband geraakt, ingezakt, gescheurd (van een fundament, muur
of pijler).
Panieksluiting:
Sluiting die op de binnenkant van een dubbele deur is bevestigd en door druk
op een horizontale stang kan worden geopend. Als bij paniek tegen de deuren
- en dus tegen de stang - wordt gedrukt, openen de deuren zich vanzelf.
Raam:
Gedeelte van het venster waarin het glas is gevat.
Raamboom:
De beweegbare handgreep waarmee een raam geopend en gesloten kan worden of waarmee
een raam of deur extra beveilig kan worden.
Raamdorpel:
Een keramische lekdorpel die toegepast wordt bij de onderdorpel van een
buitenkozijn.
De raamdorpel draagt zorg voor dat:
1. water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd
2. opspattend water op de raamdorpel niet tegen de ruit terugspat.
Raamuitzetter:
Een sluitwerk
waarmee men een uitzetraam kan openen en dichtzetten. Er zijn ook raamuitzetters
die wegklappen waardoor het raam wat meer beveiligd is tegen inbraak.
Rabatdeel
Oorspronkelijk een houten deel met messing en groef en een profilering dat onder
andere voor schuttingen gebruikt wordt.
Renoveren:
Herstellen en zo nodig gedeeltelijk vernieuwen van een gebouw, vooral
een woonhuis, waardoor het weer bruikbaar is naar de dan geldende maatstaven.
Roede
Eén van de houten latten waarin de vensterglazen zijn gevat. Meestal lopen
de roeden zowel horizontaal als verticaal door.
Roedenverdeling
Bij een venster de verschillende kleine ruitjes die binnen één kozijn op hun
plaats worden gehouden met behulp van houten latten of roeden.
Spanjolet
Ook, wat verouderd: espagnolet. Sluitwerk dat bij tuindeuren of openslaande ramen
toegepast wordt. Een spanjolet bestaat uit stangen en een grendel om de stangen
in de boven- en onderzijde van de deur te duwen. Zie ook de meerpuntssluiting,
die enige verwantschap heeft met de spanjolet.
Scheluw:
Materiaal dat scheef of kromgetrokken is door vocht of droogte.
Stelpost:
Onderdeel van de begroting dat nog niet exact vastgesteld kan worden,
maar wel geschat.
Velling:
Afschuining, afsnuiting van een balkhoek, een dorpel enz., meestal onder
een hoek van 45 graden.
Verjongen:
Het verkleinen van hout in de dikte. Voorbeeld: het verjongen van een
nieuwe deur van 56mm waardoor deze past in een kozijn waar een 36mm dikke
deur zat.
verjongen.pdf
Verkenning:
Smal randje van een sponning, dat ontstaat door het iets terug liggen
van een deur of raam ten opzichte van de koplat en het belegstuk van de
kozijnomlijsting
Verstek:
Een onderlinge verbinding
van onderdelen, meestal onder een hoek van 45 graden.
Voorzetraam:
Een raamconstructie die men
aan de buitenzijde van een kozijnconstructie aanbrengt, voornamelijk om voor
warmte-isolatie te zorgen. Het is een vorm van "dubbel glas", hoewel
zelfs ook wel plexiglas werd toegepast.
Waterhol:
Smal halfrond hol langs de onderkant van uitstekende delen van een gevel,
zoals dorpels en waterlijsten.
Weldorpel:
De onderdorpel
van een naar binnen draaiend raam of naar binnen draaiende buitendeur
die dikker wordt gemaakt en aan de onderzijde wordt voorzien van een waterhol.
Op deze wijze kan het regenwater goed afgevoerd worden
Welstandstoezicht:
Beoordeling uit esthetisch oogpunt van aanvragen voor een bouwvergunning.
Deze beoordeling vindt meestal plaats door een onafhankelijke commissie
van deskundigen, die aan het college van burgemeester en wethouders adviseert.
Werken van hout
Het "werken" van hout is het onder invloed van vocht of vochtige
lucht vertonen van krimp en daardoor scheuren.
Hout krimpt niet regelmatig. Daardoor ontstaan er spanningen die tot kromming
of scheurvorming kunnen leiden. Niet alle houtsoorten krimpen even veel:
beuken krimpt relatief veel en is voor maatvaste constructies minder geschikt.
Teak krimpt heel weinig. Teak noemen we daarom een stabiele houtsoort.

